

Nederlandse asset managers werken hard aan verbetering van de performance van hun fondsen.
Robeco zegt dat het afgelopen jaar 90 procent van zijn vanuit Rotterdam geproduceerde retailstrategieën, na aftrek van kosten, het beter heeft gedaan dan de gehanteerde index.
Kempen Capital Management, dat een beperkt aantal fondsen voert, haalt standaard ruim 80 procent, terwijl ING Investment Management op dit moment ook uitkomt op een vergelijkbaar cijfer.
De hogere eisen die aan de prestaties van de fondsmanagers worden gesteld, is ingegeven door het feit dat het asset management aan sterke veranderingen onderhevig is.
Huisfondsen onder druk
Zo voeren de moederbedrijven van de drie fondshuizen — respectievelijk Rabobank, Van Lanschot Bankiers en ING — inmiddels allemaal een beleid waarin ze naast de huisfondsen ook beleggingsfondsen van derden aanbieden.
Daarbij komen de fondsen die het best presteren op de aanbevelingenlijst.
Behalve met concurrentie van andere aanbieders, krijgen de huisfondsen nu in toenemende mate ook te maken met aanbieders van indextrackers en zogenoemde alternatives, zoals hedgefondsen en private equity.
De een concurreert vooral op kostprijs, de ander op de belofte van absolute return of een hoge solide en vooral ook niet-gecorreleerde inkomstenstroom.
Best in class
Beleggingsfondsen die in dat krachtenveld te dicht bij de index blijven en hun klanten relatief te hoge kosten in rekening brengen, zijn ‘stuck in the middle’, zoals managementadvieskantoor McKinsey dat in een onderzoek heeft genoemd.
Deze fondsen, die in de sector smalend ‘closet indexers’ en ‘index huggers’ worden genoemd, lijken dan ook ten dode opgeschreven te zijn. Reden dat asset managers alom bezig zijn om de prestaties van hun fondsen te verhogen.
Hoe hard het spel daarbij gespeeld wordt, bleek recentelijk toen Rabobank een nieuwe fondsenlijst bekendmaakte waarin uitsluitend de ‘best in class’ werden geselecteerd en het aantal fondsen van Robeco drastisch werd verminderd.
Stijgende lijn
Volgens bestuurslid Hans Rademaker wijst het feit dat 90 procent van de fondsen in 2010 het beter heeft gedaan dan de index op een stijgende lijn.
Op driejaarbasis deed 50 procent van de fondsen het beter dan de index, terwijl over een vijfjaarperiode niet meer dan 41 procent van de in Nederland geproduceerde aandelenfondsen de benchmark versloeg.
Rademaker benadrukt dat dit cijfer geldt voor generieke fondsen, zoals Robeco Global Equity Fund, maar dat zogenoemde speciale fondsen, zoals Robeco Global Stars, nog beter presteren. Over een vijfjaarperiode verslaat 91 procent van deze fondsen de index.
Rademaker zegt dat dit verschil in prestaties komt doordat de speciale fondsen meer sturen op een zo actief mogelijk beheer. ‘Dat geeft een hoger risico, wat een hogere kans op outperformance biedt.’
Veelal hebben de generieke fondsen tot 150 aandelen in portefeuille, bij de speciale fondsen is dat ongeveer 30 tot 40 namen.
Active share
Onderzoekers van de Yale University hebben aangetoond dat hoe groter de afwijking is van de index, hoe groter de kans op outperformance.
Deze zogenoemde ‘active share’ wordt in de fondsenindustrie steeds vaker nagevolgd bij de inrichting van portefeuilles, ook banken als Rabo op hun beurt een hoge active share steeds meer als selectiecriterium nemen.
Zo komt gaandeweg (meer) ondernemerschap in de sector. Jan Straatman, bestuurder van ING IM die toeziet op de performance van de eigen beleggingsteams, introduceerde in 2009 de ‘skill-based’ benadering.
Daarin krijgen teams meer autonomie, maar ook een grotere verantwoordelijkheid voor hun prestaties. Managers die over een langere periode outperformance weten te realiseren, krijgen een ‘consistency premium’.
Lerende organisatie
Bij Kempen Capital Management waar ze al meerdere jaren aanhangers zijn van de active share-benadering, proberen ze outperformance te bewerkstelligen door te focussen op een beperkt aantal asset classes en door de cultuur van een open en lerende organisatie in stand te houden.
‘In onze bedrijfscultuur heb je geen prima donna’s, maar prima teams’, zegt topman Paul Gerla van Kempen Capital Management.
Ook geeft men er hoge prioriteit aan de zogenoemde bondgenootschappen met de klant. Dat betekent dat manager en belegger dezelfde belangen hebben, doordat de fondsmanager ook in zijn eigen fonds belegt.
Lange termijnbelegger
Uit Amerikaans onderzoek van Morningstar blijkt dat de managers die in hun eigen fonds beleggen gemiddeld beter presteren dan managers voor wie dat niet geldt.
Deze managers leggen volgens Morningstar meer overtuiging aan de dag in de strategie die ze volgen en ze treden meer op in het belang van de lange termijnbelegger.
Bron: Fondsnieuws
Rabobank heeft zijn vermogensbeheerder Robeco in de verkoop gezet. Met de opbrengst wil de coöMeer...
Door de neerwaartse conjunctuur krijgt klachteninstituut Kifid veel klachten binnen over vermogensMeer...