Verontrustend vonnis in zaak Lehman-notes

Begin deze maand trok het krantenbericht ‘Tegenslag Lehmanbeleggers’ mijn aandacht. In een rechtszaak heeft de rechtbank geoordeeld dat vermogensbeheerder Wijs & Van Oostveen de verliezen van klanten op Lehman-notes niet hoeft te vergoeden. Opmerkelijk is de motivatie van het vonnis.

Lehman Brothers was een grote Amerikaanse bank die in 2008 tijdens de kredietcrisis kopje-onder ging. Wijs & Van Oostveen heeft verscheidene garantieproducten door deze bank laten maken en aan klanten verkocht; de Lehman-notes. Garantieproducten zijn beleggingsproducten, waarbij het risico op verlies aan het einde van de looptijd beperkt is, omdat een bank een garantie afgeeft. Het aantrekkelijke van deze producten is de kans op een hoger rendement dan spaargeld of obligaties.

De waarde van de garantie is echter net zo sterk als de financiële gezondheid van de bank die de garantie verstrekt. Als de bank ten onder gaat, heeft de garantie geen of nauwelijks waarde meer. En Lehman ging failliet.

Twee punten

In het vonnis van de rechtbank vallen mij twee punten op. Ten eerste de vraag wie juridisch gezien de aanbieder is van het product. Is dat de maker, Lehman Brothers, of de verkoper van het product, Wijs & Van Oostveen? Juridisch gezien maakt dat verschil uit, maar voor de consument niet. De consument heeft een product waarover hij niet tevreden is en wil daar zowel de verkoper als de maker van het product op kunnen aanspreken. Als de consument in het gelijk wordt gesteld, dan vechten de verkoper en maker onderling maar uit wie de schade moet betalen.

Jarenlang hebben verzekeraars en tussenpersonen elkaar de schuld gegeven wanneer een klant niet tevreden was over de verzekeringspolis. Door dit kat-enmuisspel konden de advocaatkosten behoorlijk oplopen, werd de consument murw gemaakt en stopte uiteindelijk de eis tot schadevergoeding, waarop hij bij beleggingspolissen in veel gevallen wel recht had. Door dit vonnis dreigt dit ook bij de makers en verkopers van beleggingsproducten te gebeuren.

Schokkend

Het tweede punt uit de uitspraak vind ik ronduit schokkend. De consument mag niet vertrouwen op de informatie die in de brochure staat. Volgens de rechtbank zijn brochures duidelijk herkenbaar als reclameuiting, zodat voor de gemiddelde belegger ook duidelijk zal zijn dat brochures in beginsel een wervend karakter hebben, waarbij de nadruk eerder op de positieve eigenschappen van de notes zal liggen dan op de risico’s. Dat betekent overigens niet dat in de brochures alles mag worden geschreven. De informatie mag niet feitelijk onjuist of overdreven positief zijn.

In feite zegt de rechtbank dat u voor de echt objectieve informatie bent aangewezen op de prospectus. Vaak zijn dit juridische boekwerken van 100 pagina’s of meer die niet of nauwelijks voor de consument te begrijpen zijn. Het is onacceptabel dat aanbieders van beleggingsproducten zich hier nog langer achter kunnen verschuilen met blijkbaar steun van de rechtbank.

Naar mijn mening moet een consument ook in de brochures kunnen vertrouwen op echt objectieve informatie. De wervende reclame-uitingen bewaren de aanbieders maar voor televisie- en radiospotjes en advertenties in kranten en tijdschriften.

Bron: Financiele Telegraaf (over geld)

2012-04-27
'Rabo zet Robeco in etalage'

Rabobank heeft zijn vermogensbeheerder Robeco in de verkoop gezet. Met de opbrengst wil de coöMeer...

2012-04-27
‘Klagende beleggers blijken niet geschikt voor vermogensbeheer’

Door de neerwaartse conjunctuur krijgt klachteninstituut Kifid veel klachten binnen over vermogensMeer...